Box 3 vermogensrendementsheffing

vlieg-informeert-logo
Box 3 vermogensrendementsheffing

Prinsjesdag 2015 is nog maanden weg, maar de gedachten over het Belastingplan 2016 worden al gevormd. En zo af en toe lekt er – geheel in traditie – wat van de plannen uit. Op 20 april is bekend geworden dat minister Dijsselbloem van Financiën plannen heeft om de heffing in box 3, de zogeheten vermogensrendementsheffing, aan te passen.

Totstandkoming van de vermogensrendementsheffing
De vermogensrendementsheffing is in 2001 met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 geïntroduceerd. Deze heffing is in de plaats gekomen voor enerzijds de vermogensbelasting (0,7%) en anderzijds de belastingheffing over de inkomsten uit vermogen (progressief tarief, oplopend tot indertijd 60%).
De vermogensbelasting zelf was ronduit impopulair. Er waren zelfs mensen die om die reden – zeiden ze – naar België emigreerden. De belastingheffing over vermogensinkomsten daarentegen was verre van perfect. Rente en dividend werd belast, maar de vermogenswinsten werden onbelast gelaten. Dat wil zeggen, als iemand een aandeel voor 100 kocht en voor 150 verkocht, bleef de gerealiseerde winst van 50 onbelast. Alleen het uitgekeerde dividend werd belast. Deze imperfectie leidde ertoe dat belastingplichtigen gingen zoeken naar de weg van de minste weerstand: de weg van de laagste belastingdruk. Er werd gezocht naar onbelaste vermogenswinsten, belaste vermogensinkomsten werden vermeden.
Om die reden stelden bewindslieden van Financiën Willem Vermeend en Gerrit Zalm indertijd de vermogensrendementsheffing als alternatief voor deze twee heffingen voor. Binnen deze heffing maakt het niet uit of je vermogenswinst, dan wel vermogensinkomsten realiseert. Er wordt uitgegaan van een forfaitair rendement. De economische werkelijkheid is niet langer van belang. De regeling kenmerkt zich door eenvoud en is goed uitvoerbaar en handhaafbaar.

Onrechtvaardig
We zijn inmiddels ruim veertien jaar verder. Wat we vooral zien is dat de vermogensrendementsheffing onrechtvaardig wordt bevonden. Dat was al vanaf het moment van introductie van de regeling het geval, maar vooral de laatste jaren, met de almaar dalende rente, wordt dit voor veel mensen steeds pijnlijker duidelijk. Op een spaarrekening krijg je tegenwoordig een rentevergoeding van om en nabij de 1%. Sommige banken bieden wat meer, maar er zijn ook al banken die hieronder zitten. De vermogensrendementsheffing bedraagt echter 1,2%. Dit betekent dat je als belastingplichtige – het heffingvrij vermogen daargelaten – meer belasting betaalt, dan je aan rentevergoeding op je spaarrekening ontvangt. Onrechtvaardig!

Naar een rechtvaardigere heffing
Minister Dijsselbloem van Financiën heeft dus al aangekondigd dat hij op Prinsjesdag komt met een alternatief plan voor box 3. Het is de bedoeling dat de vermogensrendementsheffing daardoor rechtvaardiger wordt. Maar hoe die rechtvaardigere heffing er uit gaat zien, is nog niet bekend. Een aantal denkrichtingen:

  1. Verlaging van het forfaitair rendement. Het huidige uitgangspunt is 4%. Dat zou bijvoorbeeld kunnen worden verlaagd naar 3%. Uitgaande van een zelfde tarief, komt de uiteindelijke heffing dan neer op 30% x 3% = 0,9%;
  2. Verhoging van het heffingvrij vermogen. Door verhoging van het heffingvrij vermogen wordt de effectieve belastingdruk in box 3 verlaagd;
  3. Introductie vermogenswinstbelasting. Als een vermogenswinstbelasting in de plaats van de huidige vermogensrendementsheffing wordt geïntroduceerd, worden voortaan de daadwerkelijke inkomsten en vermogenswinsten in de heffing betrokken. Bezwaar van een dergelijke heffing is dat er veel van de eenvoud van het huidige systeem – en daarmee van de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de regeling – verloren gaat. Uitvoerbaarheid zegt iets over de kosten die gepaard gaan met de uitvoering van de regeling. Als er hoge kosten gemaakt moeten worden voor een relatief geringe belastingopbrengst, is de regeling niet of minder goed uitvoerbaar. Handhaafbaarheid zegt iets over de controle die de Belastingdienst kan uitvoeren. Als de Belastingdienst de ingediende aangiften niet goed kan beoordelen op juistheid is de regeling niet of minder goed handhaafbaar. Eerlijker (rechtvaardiger) is een vermogenswinstbelasting wel. Geen forfaitaire heffing, maar belastingheffing over daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten.

Bezwaren
Bezwaren tegen een aanpassing van de huidige regeling zijn er ook. Als de vermogensrendementsheffing wordt verlaagd – de hierboven genoemde optie 1 en 2 – neemt de vermogensongelijkheid toe. Daar zullen vooral de (centrum)linkse partijen geen voorstander van zijn. Een tweede bezwaar is dat een lagere vermogensrendementsheffing ertoe leidt dat sparen wordt gestimuleerd. Geld wordt dan meer opgepot in plaats van uitgegeven. Dat heeft een negatief effect op de economische groei.

VLIEG Verzekeringen
Robijnstraat 7
1812 RB  Alkmaar
072 - 541 42 43 (optie 1 en dan 2)
verzekeringen@vlieg.nl